Wie zijn wij?   Plattegrond Malben   Contact met Malben    Zoeken in Malben    Recepten   

Zacharia 8:23
Zo zegt Hashem van de legerscharen: In die dagen zal het gebeuren dat tien mannen uit alle talen van de volken, vastgrijpen, ja, de punt van de mantel van een Joodse man zullen zij vastgrijpen, en zeggen: Wij gaan met u mee, want wij hebben gehoord dat God met u is.

tzedakah


Jeela

Jeela

plaatje

Zaterdag 11 februari 2017.
Lezen parasja Jitro Exodus 18:1-20:23
Sabbat Psalm 19.
Profetenlezing Jesaja 6:1-13.
Zie hiervoor ook de artikelen hiernaast!

Malbenhoekje van Jaïr

Wegens een technische storing deze week geen Malbenhoekje!

  1. Genesis
  2. Exodus
  3. Leviticus
  4. Numeri
  5. Deuteronomium

sjewat

Psalmrooster
voor de maand Sjwat.
Voor een Hebreeuwse Kalender zie hier.
28 januari
29 januari
30 januari
31 januari
1 februari
2 februari
3 februari
4 februari
5 februari
6 februari
7 februari
8 februari
9 februari
10 februari
11 februari
12 februari
13 februari
14 februari
15 februari
16 februari
17 februari
18 februari
19 februari
20 februari
21 februari
22 februari
23 februari
24 februari
25 februari
26 februari

Een enkele toelichting op verzen uit de Psalmen.

Index met afzonderlijke Psalmen

Hitbodedut
Het gebed is het machtigste wapen op aarde

Fossiel
Een versteende plant
of een versteend dier
en soms een mens
waarvan het hart ontnomen is

Omheining
Wetten, wetten en nog eens wetten
maar wie zou er anders op letten
dat zonder al die wetten, een
gapende afgrond ons zal bezetten

Messias
Daar gaat hij
maar niemand die hem ziet
alleen een kleine jongen
rent en grijpt zijn hand,
Messias, mag ik met je mee

Puntigheden door Jael

Zie ook haar Versregels 1998 en andere puntigheden
B"H

Prikbord

Wie was Shem
In de Tora wordt Shem als zoon van Noach het eerst genoemd. Volgens de Joodse traditie was Shem echter de jongste zoon van Noach. Hij was de voorouder van Abraham. Hij was een profeet en priester. Melchizedek de koning van Salem, die in Genesis 14:18-20 wordt genoemd, is Shem. Shem had een school (bet ha midrash) samen met Eber, waar Tora werd gestudeerd - o.a. waren Abraham en Jacob hun leerlingen - en ook hadden zij een "bet din" - rechtbank, waar recht werd gesproken op basis van de Noachitische wetten.

Parasja van de week
Elke vrijdag wordt deze index vernieuwd met informatie over de parasja van de week. Welke parasja dit is vindt u in de linker kolom.
Orthodoxe joden lezen door het jaar heen elke week een gedeelte van de Tora. Dit noemt men een parasja. De vijf boeken van Mozes zijn in 54 parasja’s verdeeld. Het joodse jaar telt gewoonlijk slechts 50 weken en op sommige weken wordt vanwege een feestdag een andere tekst gelezen; daarom leest men sommige weken twee parasja's. Op het feest van Simchat Thora (de Vreugde van de Leer) leest men het laatste deel van Devariem (Deuteronomium) en het eerste van Beresjiet (Genesis). Hiervoor worden twee rollen tegelijkertijd geopend, hetgeen symboliseert dat de Tora(studie) eeuwigdurend is. Voor een overzicht van de parasja's voor het joodse jaar 5777 (2016/2017) zie hier.






Indeling van de Tora
Wie verdeelde de Tora in wekelijkse lezingen, hoofdstukken en verzen?
Zie hier voor het antwoord.

Dagelijks te lezen psalmen
Misschien is het iets voor u om, gerelateerd aan de Joodse kalender, elke 29 of 30 dagen het hele Psalmboek uit te lezen. Om het u gemakkelijk te maken hebben wij een rooster opgenomen in de linker kolom van deze indexpagina. Wanneer u daarbij op de te lezen Psalmen klikt krijgt u een pagina met, daarin opgenomen, alle Psalmen die gelezen moeten worden.

Wat is Nieuw
Nieuwe artikelen en aanpassingen op Malben

Jitro Notendop

Exodus 18:1-20:23

Jethro, de schoonvader van Mozes, die in Midian woont, hoort het nieuws van alle geweldige wonderen, die God voor het Joodse volk had gedaan, en hij besluit om hem te gaan bezoeken. Zo vertrekt hij, samen met zijn dochter, Mozes' vrouw Tzipporah, en hun twee zonen, Gersom en Eliëzer uit Midian, en gaan naar de woestijn, waar zij Mozes ontmoeten.

Jethro ziet dat Mozes het ongelooflijk druk heeft omdat iedere keer, wanneer de Joden een probleem hebben, of willen begrijpen hoe ze een bepaald gebod moeten doen, ze naar Mozes gaan. En dus beantwoordt Mozes elke dag, van 's morgens tot' s avonds, vragen. Jethro vertelt Mozes dat dit niet is vol te houden en hem zal uitputten. In plaats daarvan stelt hij voor, dat Mozes rechters benoemt, die belast zullen worden met kleinere groepen mensen, en als de rechters hun vragen niet weten te beantwoorden, zullen ze naar hogere rechters moeten gaan, en als die het niet weten, moeten ze naar nog hogere rechters gaan, en daarna pas naar Mozes. Op deze manier zal Mozes alleen de moeilijkste vragen krijgen, en zal hij tijd voor andere dingen hebben. Mozes doet wat zijn schoonvader hem voorstelt, en benoemt de rechters. Dan keert Jethro terug naar Midian en Mozes zwaait hem uit.

Daarna vertrekken de Joden naar een deel van de woestijn dat Sinaï wordt genoemd, waar God hen vertelt dat, wanneer zij de Tora accepteren, zij een uitverkoren en speciaal volk zullen zijn. De Joden antwoorden, "Alles wat God gezegd heeft, zullen wij doen!"Vervolgens moeten zij zich gedurende drie dagen voorbereiden voor een heel geweldige gebeurtenis, die plaats zal vinden op de berg Sinaï. Ook ontvangen zij instructies over de berg. Hij is zo heilig, dat niemand hem mag aanraken, en zij moeten heel voorzichtig zijn om niet te dichtbij te komen.

Op de derde dag, zijn er geweldige donderslagen en bliksemschichten, en alle Joden gaan naar de berg Sinaï. Daar zien ze een dikke wolk over de berg en horen een lange, krachtige stoot op een sjofar. Dan komt God naar de berg en kondigt de Tien Geboden af.

De Tien Geboden zijn de standaard voor het goede in de wereld; hier zijn ze:

  1. Geloof in God
  2. Je mag geen afgoden of andere goden aanbidden
  3. Je mag niet valselijk in de naam van God zweren
  4. Je moet de sabbat houden
  5. Je moet je ouders eren
  6. Je mag niet moorden
  7. Je moet trouw aan je echtgenoot zijn - houd je niet bezig met immoreel gedrag
  8. Je mag niet stelen
  9. Je mag niet vals getuigen tegen iemand anders
  10. Je mag niet jaloers zijn op wat van je naaste is

Toen God de geboden begon uit te spreken, was het te krachtig en te overweldigend voor de Joden om dat te horen. Dus smeekten ze Mozes de Tora van God te ontvangen en daarna de Tora aan hen te vertellen. Toen ging Mozes naar de berg.

Bron: Yitro Roundup

titel

Het is toch wel opmerkelijk dat de parasja waarin de tien geboden aan het volk Israël op de berg Sinai gegeven worden, de naam van de schoonvader van Mozes draagt: Jitro. Het overgrote en belangrijkste deel van de parasja gaat over de gave van de Tora en slechts een klein onderdeel over Jitro. Toch heeft de parasja als naam Jitro gekregen.

Dit kan uitgelegd worden met hetgeen er in de Zohar staat. Jitro, een afgodendienaar, die elke vorm van afgoderij heeft bedreven, is tot de joodse traditie overgegaan en heeft gezegd: 'Nu weet ik dat HaSjem groot is en groter dan alle goden'. Dat heeft de gave van de Tora mogelijk gemaakt.

Hiermee kunnen wij begrijpen waarom de parasja Jitro wordt genoemd. Jitro bezit een speciaal belang, dat juist daardoor de gave van de Tora mogelijk werd gemaakt en daarom wordt de hele parasja Jitro genoemd, ook dat deel dat de gave van de Tora betreft.

En Jitro, de priester van Midjan en de schoonvader van Mozes, hoorde alles wat HaSjem aan Mozes en aan het volk Israël had gedaan en hen uit het land Egypte geleid had. Het wonder van de uittocht uit Egypte wordt apart genoemd en gaat alle andere wonderen tezamen te boven.

Rasji zegt, dat met name de doortocht door de Schelfzee en de oorlog tegen Amalek bij Jitro de doorslag hebben gegeven om te komen en om tot het Jodendom over te gaan.

Rasji geeft hier ook aan dat Jitro zeven namen heeft: 1. Jeter = toevoeging, omdat hij een parasja aan de Tora heeft toegevoegd: zijn advies over het aanstellen van de oversten en dat werd uitgevoerd, Exodus 18:13-26. 2. Jitro is de naam die gebaseerd is op de naam Jeter. Toen hij overging tot het jodendom werd de letter waw toegevoegd en werd zijn nieuwe naam Jitro. 3. Chovav (Richteren 4:11) is de derde naam en is gebaseerd op zijn liefde voor de Tora. 4. Reuel is de vierde naam, zie hiervoor Exodus 2:18. Toen Mozes uit Egypte was gevlucht en in Midjan aankwam redde hij de dochters van Jitro. De dochters kwamen naar hun vader Reuel. Er zijn er die zeggen dat Reuel hun grootvader en niet hun vader was. De andere namen van Jitro luiden 5. Chever. 6. Keni en 7. Petuel.

Jitro kwam met Tsippora, de vrouw van Mozes en hun twee zonen Gersjom en Eliëzer naar de woestijn. Mozes kwam zijn schoonvader tegemoet en Aäron, Nadav en Avihoe, de zonen van Aaron gingen met Mozes mee. Dat moment was een moment waarop Jitro grote eer bewezen werd.

En Jitro was blij met al het goede dat HaSjem voor het volk Israël had gedaan en hen uit de handen van de Egyptenaren gered had. Het woord voor blij zijn dat hier gebruikt wordt kan ook het krijgen van kippenvel betekenen. Zijn vreugde over de redding van Israël was niet volkomen compleet, omdat hij diep in zijn hart ook de ondergang van Egypte berouwde. Dat is wat de mensen zeggen over een ger, iemand die tot het jodendom is overgegaan, ook na tien generaties mag je een ger niet vernederen, omdat hij in zijn hart nog steeds een beetje verbinding met de volkeren van de wereld voelt. Dat was ook het geval met Jitro. Ook al kwam Jitro om over te gaan tot het jodendom en hij blij was met de redding van Israël, toch speet het hem in zijn hart over de val van de volkeren.

Zoals wij al eens geleerd hebben is de Tora geen geschiedenisboek waarin de gebeurtenissen in chronologische volgorde zijn opgeschreven. Ook hier in Choemasj Sjmot, het boek Exodus, hebben wij te maken met de regel dat in de Tora geen vroeg en laat bestaat. Voor een chronologisch overzicht van de gebeurtenissen van het volk Israël in het eerste jaar van hun uittocht uit het land Egypte tussen de data 1 Sivan, de derde maand tot en met 11 Tisjre, de zevende maand, wordt naar de hierna volgende bijlage verwezen.

Exodus 19:2, 'En zij zetten hun kamp op in de woestijn en daar zette Israël zijn kamp op tegenover de berg'. In het Hebreeuws wordt hier in het begin van deze zin het meervoud gebruikt en in het laatste deel van de zin het enkelvoud. Het enkelvoud dat in het laatste deel van de zin gebruikt wordt verwijst ernaar, dat op dat moment het volk Israël als één man met één hart was. Door deze eenheid kon het volk Israël de Tora ontvangen. Bij alle andere kampen in de woestijn was er sprake van strijd en onenigheid.

In het volgende vers, 19:3, staat: 'Zo zul je tegen het huis van Jacob zeggen en tegen de zonen van Israël zul je spreken'. Met het huis van Jacob worden de vrouwen bedoeld. De vrouwen moeten op een zachte toon toegesproken worden en aan hen moeten de algemene regels meegedeeld worden, omdat zij snel en behendig zijn in het uitvoeren van de mitswot. Vervolgens moeten de mannen de straffen en de details van de mitswot uitgelegd worden, dingen die zo hard en ruw als vezels zijn.

'HaSjem heeft het volk Israël op arendsvleugelen gedragen', Exodus 19:4. Als een arend die zijn jongen op zijn vleugels draagt. Alle andere vogels nemen hun jongen tussen de klauwen omdat zij de roofvogels die boven hun rug rondvliegen vrezen. Maar de arend heeft niets van andere roofvogels boven hem te vrezen, behalve dan van de mens, die een pijl op hem kan afschieten. Daarom plaatst de arend zijn jongen op zijn vleugels: het is beter dat de pijl mij raakt dan dat het mijn jongen raakt. Zo heeft ook HaSjem voor Zijn volk Israël gedaan, Exodus 14:19-20. De Egyptenaren wierpen pijlen en slingerden met katapulten stenen op het volk Israël en de wolkkolom van HaSjem ving deze op.

Voordat wij verder gaan met de voorbereidingen van het volk Israël voor het grote moment om de Tora op Sinai te ontvangen is het tijd voor een vraag. Wij weten inmiddels, dat in de Tora geen vroeg en laat bestaat en dat de voorvaders tot het jaar 2448, het jaar van de gave van de Tora, allemaal de Tora in alles hebben nageleefd. Tevens is er op de berg Sinai geen nieuwe Tora gegeven. Wat is echter het verschil tussen de Tora van, voor en na Sinai?

De Midrasj verklaart dit met een verhaal: 'Er was eens een koning die had bevolen dat de burgers van Rome niet naar Syrië mochten afdalen en dat de burgers van Syrië niet naar Rome mochten opgaan. Zo was het ook toen HaSjem de wereld had geschapen. HaSjem had toen bevolen dat de hemelen aan HaSjem toebehoren en de aarde aan de mensen. Echter toen HaSjem de Tora aan Israël wilde geven, moest HaSjem Zijn originele bevel intrekken en verklaarde: De lagere wereld mag opgaan naar de hogere wereld en de hogere wereld mag afdalen naar de lagere wereld. En HaSjem Zelf begon, zoals er staat geschreven: 'En HaSjem daalde af op de berg Sinai en vervolgens sprak HaSjem tot Mozes om tot HaSjem op te gaan', Exodus 19:20. (Midrasj Tanchuma, Waera 15; Midrasj Rabba, Sjmot 12:4) Voor Sinai waren de hemelse gewesten hermetisch afgesloten van de aardse en fysieke wereld. Het spirituele had geen toegang tot de natuur en het fysieke kon niet transcenderen en spiritueel worden. Dat wil zeggen, dat de Tora, die goddelijke wijsheid en wil is, geen werkelijke invloed op de fysieke wereld kon hebben. De Tora was enkel spiritueel en kon zich alleen op de ziel van de mens en op de hemelse gewesten betrekken. Het aardse leven kon alleen binnen de natuurlijke begrenzingen verbeterd en geoptimaliseerd worden, maar het kon niet naar het spirituele opgeheven worden.

Hier op de berg Sinai trok HaSjem Zijn decreet, dat de spirituele wereld van de fysieke wereld scheidde, in. HaSjem bracht het spirituele van de hemelse gewesten naar beneden naar de aarde toe. HaSjem riep Mozes om de berg op te gaan om de aardse mens de kracht te geven boven zijn fysieke leven uit te rijzen en de fysieke wereld naar een hogere staat van bestaan te brengen. Nu kon de Tora het fysieke leven heilig maken.

Met deze nieuwe mogelijkheid ontstond een nieuw fenomeen en wel, dat van een heilig voorwerp. Wat wordt er bedoeld met een heilig voorwerp? Wanneer je als mens een fysiek object gebruikt om daar een mitswa mee te doen dan wordt dat fysieke object een heilig object. Bijvoorbeeld een munt. Wanneer je met een munt, die je met je fysieke arbeid hebt verdiend, tsedaqa (liefdadigheid) geeft, dan wordt die munt een heilig object. Zo zijn er nog vele andere voorbeelden te bedenken.

Het volk Israël krijgt de opdracht om zich voor te bereiden op de grote dag, de dag van de gave van de Tora. Zij mogen niet dichtbij de berg komen, zij moeten hun kleren wassen en mogen geen huwelijksgemeenschap hebben.

Op de derde dag in de vroege ochtend was er donder en bliksem en een zware wolk op de berg en het geluid van de sjofar, de ramshoorn was zeer sterk en het volk, dat in het kamp was, beefde. (19:16)

En het geluid van de ramshoorn werd steeds sterker. Mozes sprak en HaSjem antwoordde hem met een stem. (19:19) In Deuteronomium 5:19 staat geschreven dat de stem van HaSjem luid was en steeds luider werd.

Hoe is het mogelijk dat de stem van HaSjem en het geluid van de ramshoorn steeds luider werden? Wanneer wij een blaasinstrument bespelen dan raakt na een tijdje onze adem op en wordt het geluid van het instrument juist zwakker. Hier gebeurt precies het tegenovergestelde.

De Midrasj geeft hiervoor een aantal interpretaties. Een eerste interpretatie is dat het hemelse, het goddelijke zich niet alleen tot de heilige taal beperkte, maar zich in de zeventig talen van de wereld weergalmde. Een tweede interpretatie is dat de stem niet ophield op die dag van de gave van de Tora, maar dat in de toekomstige generaties, alle profeten en wijzen die profeteerden en onderwezen een voortzetting van die stem zijn. De profeten en de wijzen voegden namelijk niets toe, dat niet aan de tien geboden inherent was. Een derde interpretatie is dat de hemelse stem op Sinai zo uniek was, omdat het geen echo had. Laten wij hier op de derde interpretatie iets verder ingaan.

Een echo ontstaat wanneer een geluid zich op een substantie, dat weerstand biedt, stuit. In plaats van het opnemen van de geluidsgolven, stoot de substantie hen af en kaatst hen terug in de leegte. Voor Sinai had de stem van de Tora een echo. De Tora die tot de hemelse gewesten behoorde kon niet werkelijk tot de fysieke wereld doordringen. De wereld kon de Tora horen en erdoor geraakt worden, maar er bleef een bepaalde graad van weerstand bestaan, omdat de Tora en de fysieke wereld door hun eigen afdelingen begrensd waren. Op Sinai echter had HaSjem dit decreet, dat de hemel van de aarde scheidde, ingetrokken en nu kon de fysieke wereld de goddelijke stem in zich opnemen en een fysiek object kon nu één worden met zijn opdracht en doel.

De stem van de tien geboden op Sinai heeft elk object en elke realiteit in het universum doortrokken. Wanneer wij met het naleven van de geboden met weerstand te maken krijgen dan is dat een oppervlakkige en tijdelijke weerstand. Op Sinai was de essentie van elk geschapen wezen geheel in overeenstemming met en geheel ontvankelijk voor de goedheid en perfectie, die HaSjem van hem wenst.

Het volk Israël was bereid om de Tora te ontvangen en verklaarde, dat zij de Tora zullen doen en horen. Op deze speciale dag waren alle zieken en gebrekkigen genezen. Ook waren de zielen van de toekomstige generaties hier aanwezig. Het grote wonder bij de gave van de Tora was, dat alle 10 geboden door HaSjem in één gebod werden uitgesproken en dat zij één voor één gehoord werden en daarna hoorde het volk Israël de eerste twee geboden uit de mond van HaSjem. Het volk Israël had het voorrecht om de stem van HaSjem te horen en om de glorie van HaSjem te zien.

De 10 geboden

  1. 1 Het geloof, emunah in het bestaan van één HaSjem.
  2. 2 Geen afgodendienst in welke vorm dan ook bedrijven.
  3. 3 De Naam van HaSjem niet misbruiken bij het zweren en andere uitspraken.
  4. 4 Het houden van de sjabbatsdag.
  5. 5 Het eren van je vader en je moeder.
  6. 6 Verbod op moord.
  7. 7 Verbod op ongeoorloofde relaties.
  8. 8 Verbod op stelen (van een mens).
  9. 9 Verbod op vals zweren.
  10. 10 Verbod op het begeren van iets dat een ander toebehoort.

Bron: Breslev.co.il De parasja wordt afgesloten met de bouw van altaren die toegestaan zijn. Een altaar moet aan de aarde gebonden zijn en mag niet op palen of op een fundament rusten. Met dit altaar wordt het koperen altaar, dat in de tabernakel stond, bedoeld en deze was van binnen met aarde gevuld.

Een stenen altaar mag alleen van ongehouwen stenen gemaakt worden. Hiermee wordt het altaar bedoeld, dat koning Salomo in de Eerste Tempel heeft gebouwd.

Een altaar moet zonder treden gebouwd worden opdat bij het optillen van de benen de naakte delen niet gezien worden.

Waarom mochten er geen gehouwen stenen voor het bouwen van een altaar gebruikt worden? (Deuteronomium 27:5) Het altaar is bedoeld om het leven van een mens te verlengen. Ijzer daarentegen verkort het mensenleven. Ijzer wordt immers gebruikt voor het maken van zwaarden en ander oorlogsmateriaal en is bedoeld om mensen te doden. Het past niet dat een 'verkorter' op een 'verlenger' gebruikt wordt.

Een andere verklaring kan zijn, dat het altaar bedoeld is om vrede tussen het volk Israël en HaSjem te herstellen en daarom past het niet dat de houwer en de vernieler er aan te pas komen.

Wij hopen elkaar de volgende keer te ontmoeten met parasjat Misjpatim.
Parasjat Misjpatim, Exodus 21:1-24:18.
Profetenlezing Jeremia 34:8-22, 33:25-26.

Gebruikte literatuur:
Het commentaar van Rasji
De verzameling gesprekken van de Lubawitscher Rebbe over de wekelijkse portie.
Werkboek voor Talmoed Tora door Rabbijn Avraham Sjosjan.
The Breakthrough door Yanki Tauber, Chabad.org.

NB. Mozes gaat naar de hemel en Mozes gaat de berg op is een en hetzelfde.

Jael

De profetenlezing voor parasja Jitro

Jesaja 6:1-13

titel

De profetenlezing van deze week bespreekt Jesaja's visioen van de Hemelse Wagen (de Merkava), een openbaring die door alle Israëlieten werd ervaren bij de berg Sinaï toen God de Tien Geboden gaf - een gebeurtenis die in Tora lezing van deze week wordt verteld.

Jesaja ziet God, zittend op een troon, omringd door engelen. Jesaja beschrijft levendig de engelen en hun gedrag (in termen van ons mensen). Tijdens de duur van dit visioen, meldt Jesaja zich vrijwillig om afgezant van God te zijn, om zijn boodschap aan de Israëlieten over te brengen. Hij ontvangt onmiddellijk een deprimerende voorspelling met betrekking tot de verbanning van het volk en het lijden als straf voor hun vele zonden en het land van Israël zal leeg en woest achtergelaten worden.

Hoewel uit een "stronk" van het Joodse volk zal uiteindelijk een nieuw volk groeien.

Bron: Haftorah in a Nutshell

© Malben - Studiecentrum voor Noachieten uit de vier windhoeken!