Zaterdag 20 mei 2017 - De parasja Behar: Leviticus 25:1-26:2 en de parasja Bechoekotaj: Leviticus 26:3-27:34.
Profetenlezingen uit Jeremiah 32:6-22 en Jeremiah 16:19-17:14. Sjabbat Psalm 112 en 105.
Zie ook het artikel "Straffen of Geschenken?" onder aan deze pagina.

B"H

Zacharia 8:23
Zo zegt Hashem van de legerscharen: In die dagen zal het gebeuren dat tien mannen uit alle talen van de volken, vastgrijpen, ja, de punt van de mantel van een Joodse man zullen zij vastgrijpen, en zeggen: Wij gaan met u mee, want wij hebben gehoord dat God met u is.

tzedakah


Jeela
Jeela

plaatje

Malbenhoekje van Jaïr

Vergeet niet zijn Malbenhoekje over de parasja van deze week!

  1. Genesis
  2. Exodus
  3. Leviticus
  4. Numeri
  5. Deuteronomium

Psalmrooster
voor de maand Ijar.
Voor een Hebreeuwse Kalender zie hier.
27 april
28 april
29 april
30 april
1 mei
2 mei
3 mei
4 mei
5 mei
6 mei
7 mei
8 mei
9 mei
10 mei
11 mei
12 mei
13 mei
14 mei
15 mei
16 mei
17 mei
18 mei
19 mei
20 mei
21 mei
22 mei
23 mei
24 mei
25 mei

Een enkele toelichting op verzen uit de Psalmen.

Index met afzonderlijke Psalmen



Tora Porties
Tora Porties
wie zijn wij
bericht


Tora Porties
Tora Porties
inhoud
zoeken

Prikbord

Wat is Nieuw
Nieuwe artikelen en aanpassingen op Malben

Drie Psalmen voor een Noachiet

Wie was Shem
In de Tora wordt Shem als zoon van Noach het eerst genoemd. Volgens de Joodse traditie was Shem echter de jongste zoon van Noach. Hij was de voorouder van Abraham. Hij was een profeet en priester. Melchizedek de koning van Salem, die in Genesis 14:18-20 wordt genoemd, is Shem. Shem had een school (bet ha midrash) samen met Eber, waar Tora werd gestudeerd - o.a. waren Abraham en Jacob hun leerlingen - en ook hadden zij een "bet din" - rechtbank, waar recht werd gesproken op basis van de Noachitische wetten.

Parasja van de week
Elke vrijdag wordt deze index vernieuwd met informatie over de parasja van de week. Welke parasja dit is vindt u boven de scheidingslijn.
Orthodoxe joden lezen door het jaar heen elke week een gedeelte van de Tora. Dit noemt men een parasja. De vijf boeken van Mozes zijn in 54 parasja’s verdeeld. Het joodse jaar telt gewoonlijk slechts 50 weken en op sommige weken wordt vanwege een feestdag een andere tekst gelezen; daarom leest men sommige weken twee parasja's. Op het feest van Simchat Thora (de Vreugde van de Leer) leest men het laatste deel van Devariem (Deuteronomium) en het eerste van Beresjiet (Genesis). Hiervoor worden twee rollen tegelijkertijd geopend, hetgeen symboliseert dat de Tora(studie) eeuwigdurend is. Voor een overzicht van de parasja's voor het joodse jaar 5777 (2016/2017) zie hier.

Indeling van de Tora
Wie verdeelde de Tora in wekelijkse lezingen, hoofdstukken en verzen?
Zie hier voor het antwoord.

Dagelijks te lezen psalmen
Misschien is het iets voor u om, gerelateerd aan de Joodse kalender, elke 29 of 30 dagen het hele Psalmboek uit te lezen. Om het u gemakkelijk te maken hebben wij een rooster opgenomen in de linker kolom van deze indexpagina. Wanneer u daarbij op de te lezen Psalmen klikt krijgt u een pagina met, daarin opgenomen, alle Psalmen die gelezen moeten worden.

Hieronder een collage van de hand van Jair over de maand IJar
IJar

Straffen of Geschenken?

Parasja Bechoekotai

punish

Dus geven we gehoor aan de oproep van de ziel. We leren over onze roots, over de erfenis nagelaten door onze voorouders, en maken de overgang naar een religieuze manier van leven. We beginnen met de Sabbat na te leven, we eten kosher, we houden ons aan de kledingvoorschriften en nemen deel aan de vele richtlijnen voor de feestdagen.

Toch is er iets mis. De bagage uit het verleden lijkt ons niet toe te laten om het nieuwe leven volledig te omarmen. Angsten en zorgen verlaten ons niet zo gemakkelijk, zelfs al lijken we de juiste dingen te doen. Zonder een poging om dit essay dramatisch te maken, wil ik graag mijn inzichten delen, die meer licht hebben geworpen op mijn relatie met mijn Schepper en deze hebben verdiept.

Ik begon in mijn puberteit in God te geloven. Mijn vasthouden aan joodse praktijken nam van af de leeftijd van 16 jaar gestaag toe, en op mijn 20ste hield ik mij volledig aan alle voorschriften. Ik begon de geboden na te leven naar mijn beste vermogen, kennis en vaardigheden. Alles leek aan de buitenkant in orde. Wat was er echter aan de binnenkant? Hoe zat het met mijn persoonlijke, intieme relatie met God?

Ik las talloze berichten hoe het is om liefde en zorg van God te ervaren, en qua verstand begreep ik dat Hij altijd bij ons is. De onbewuste boodschap was echter anders. Ik nam God waar als een toeschouwer van mijn leven. Hij keek onbewogen op mij neer wanneer ik door de dagelijkse uitdagingen worstelde, wachtend op mijn misstap om mij te straffen. Ik was voortdurend bang dat er iets vreselijks kon gebeuren als ik niet op mijn hoede was. Ik kon nergens op vertrouwen, omdat het opgevat zou kunnen worden als een berisping of een herinnering om niet te eigenwijs te zijn. Niet alleen dat, maar God kon door een gril mij pijn toebrengen. Aan de buitenkant, intellectueel gezien, accepteerde ik de Joodse weergave dat God welwillend, barmhartig en genadig, lankmoedig en rijk aan goedheid en waarheid is; aan de binnenkant, onbewust dus, bleef mijn oude opvatting bestaan.

Tijdens één van mijn literaire uitstapjes, probeerde ik de redenen, voor mijn angst voor straf en mijn schaamte te denken dat ik die verdiende, te ontdekken. Ik realiseerde me dat ik onder de zware invloed van een heidense ideologie stond, die nog versterkt werd door de autoritaire regels tijdens mijn opvoeding. Ingaan tegen de gevestigde praktijken was verkeerd, pijn en lijden was te wijten aan mijn eigen ongehoorzaamheid en eigenzinnigheid. Troost was alleen mogelijk als ik plichtsgetrouw voldeed aan de verwachtingen die ze van van mij hadden.

Tot mijn verbazing en opluchting, was ik eindelijk in staat om deze onderbewuste indoctrinatie uit mijn jeugd te verzoenen met mijn strijd als volwassene.

Wanneer mensen naar de negatieve gebeurtenissen in het leven verwijzen als straffen, werken ze samen met materialistische richtlijnen. Volgens deze visie, is het "slechte" alles wat iemand in de weg staat om de geneugten en het comfort van het leven te ervaren. Het verliezen van een baan betekent dat er minder geld is om dingen te kopen, die men wil hebben en om de dingen te doen die men wil doen. Een ziekte voorspelt pijn. Er is de frustratie niet van sport te kunnen genieten, of om eenvoudige klusjes te doen. Er lijkt geen antwoord te zijn op de vraag waarom slechte dingen gebeuren - natuurrampen, oorlogen, dood. Men trekt de conclusie dat God een wrede God moet zijn, die snel met straffen klaar staat. Deze visie vervult iemand met angst en vrees voor de toekomst. Als het nu goed is, betekent dit, dat het op enig moment in de toekomst, slecht zal gaan.

De spirituele benadering biedt een andere verklaring voor de schijnbaar pijnlijke gebeurtenissen in het leven. Het onderliggende principe van de schepping is dat God deze wereld maakte om Hem met volledige toewijding en overgave te dienen, waardoor dit materiele bestaan voor Hem een woning wordt. Hij is de Schepper, en Hij zorgt ervoor dat alles gaat zoals Hij het wil. Met alles wat ons overkomt, of het nu goed of slecht is, kunnen we leren hoe we Hem een beetje beter kunnen dienen, hoe Zijn aanwezigheid een beetje dichterbij te halen. Onze uitdagingen zijn nooit groter dan we aankunnen. God is niet alleen achter ons, ons aanmoedigend en juichend als we de kracht opbrengen om door te gaan, maar Hij staat naast ons, energie in ons blazend, en draagt ons in Zijn armen wanneer we niet in staat zijn om zelf te lopen. Hij is er niet op uit om ons te breken, maar om ons te helen. Bij het verliezen van een baan, ziekte, of een andere calamiteit moet men bedenken dat het geen straffen zijn. Ten eerste, zorgen zij ervoor dat we nadrukkelijk onze eigen bronnen aanboren, totdat we beseffen dat we het niet zonder Hem kunnen doen. Vanaf dat moment begint het besef, dat er niets mogelijk is zonder Hem, in onze geesten en harten door te dringen. Hierdoor verandert ons referentiekader op de wereld van het egocentrische naar het God-centrische, precies zoals Hij het wil. Ik kan geen bron van meer troost en veiligheid waarnemen.

Tijdens mijn religieuze reis, hoorde ik deze uitleg, las ze, sprak zelfs over hen, maar ze werd nooit een realiteit voor mij, totdat ik ze afzette tegen mijn oude, diepgewortelde overtuigingen, die de oorzaak van de angst, vrees en schaamte waren. Nu begint pas het proces om de vervormde inzichten uit de kindertijd af te schudden en de volwassen realiteit onder ogen te zien. Dit langzame en tedere proces, dat mijn ziel met inzichten, inspiratie, dankbaarheid en nederigheid doordringt, stelt mij in staat om te verklaren dat alles vanaf nu alleen maar beter gaat.

Door Gittle Gesina

Bron: Punishments or Gifts. Dit is een artikel uit 2004.

©Malben-Studiecentrum voor Noachieten uit de vier windhoeken!